Dijk

de dijk+Dijken kenmerken het landschap langs de Waal. Ze dienen als waterkering en verhoogde wegen. Ze zijn gebouwd met door de rivier aangevoerd materiaal: klei en zand. De bodem is daardoor voedselrijk, maar door de steile helling ongeschikt voor akkerbouw. Wel kunnen ze gebruikt worden als hooiland of om vee op te laten grazen. De begroeiing doet denken aan die van graslanden, maar door de helling ten opzichte van de zon ontstaan verschillen. De zonzijde van een dijk is warmer en droger dan de schaduwkant. Aan die kant vestigen zich planten als zwarte toorts, agrimonie en pimpernel. Aan de schaduwzijde komen die niet voor. Verder zijn te vinden: duizendblad, st.Janskruid en walstro, grassen als witbol, kropaar en kweek en mossen als knikmos.

Biotopen