Droge heide

droge heide+Heidegebieden ontstonden op de voedselarme zandgronden van Oost-Nederland onder invloed van het heide-landbouwsysteem.

Schapenteelt op de heide leverde mest voor de akkers. De begrazing hield de heide in stand en verhinderde dat het oorspronkelijke bos terugkwam. Door overbegrazing, vorstschade of insectenvraat verdween soms de heidebegroeiing en ontstond (tijdelijk) schraal grasland.

Kunstmest maakte het heide-landbouwsysteem overbodig. Veel heidevelden werden ontgonnen voor akkerbouw of bebost voor de houtproductie. Een restant heidegebied is nog te vinden op de Mookerhei.

Kenmerkende planten zijn o.a. hazepootje, zandblauwtje, muizeoor en gewoon biggekruid. Verder ziet men er gewoon struisgras en grote oppervlaktes ruig haarmos.
Tussen de struikheide staan bochtige smele, schapezuring en bekertjesmos. Op open zandgrond groeien polletjes buntgras.

Biotopen